Stage buitengewoon basisonderwijs

  • Eline Janssens 
  •  eline.janssens@pxl.be
  • Telefoonnummer departementaal secretariaat PXL-Education: 011/77.50.62 

Tijdens deze stage maken studenten lager onderwijs kennis met het buitengewoon onderwijs en met kinderen met leerstoornissen en/of mentale en/of fysieke beperkingen. Studenten ontdekken:

  • welke specifieke werkvormen en pedagogische omgangsvormen in deze context belangrijk zijn;
  • hoe onderwijs en zorg/verzorging in de klaspraktijk mee vorm krijgen;
  • of het buitengewoon onderwijs een mogelijke toekomstige werkcontext voor hen is.

De stage biedt tegelijk waardevolle inzichten die studenten ook kunnen meenemen naar andere stages en hun latere klaspraktijk binnen het (vernieuwde) zorgkader.

 

De stage is gekoppeld aan het opleidingsonderdeel ‘Zorg in de Breedte’.

11 januari 2027

 

Kennismakingsdag

15 t.e.m. 19 februari 2027

 

Participatiestage BuBaO

22 t.e.m. 26 februari 2027

 

Dagelijks 2u actieve stage + co-teaching BuBaO

De stage bestaat uit twee weken. Hier gaat een kennismakingsdag aan vooraf die we ingepland hebben begin januari. Studenten zijn op deze momenten speciaal lesvrij gemaakt. 

Kennismakingsdag: 

De student verkent de school en maakt eventueel een keuze voor een concrete stageklas als dat in uw school toegestaan is. Op het einde van de kennismakingsdag heeft de student meer info verworven over: 

  • De schoolcontext (ligging, leerlingenaantal, instroom/doelgroepen, klasindeling); 
  • De personeelsstructuur en verschillende functies in de school. 

 Week 1: participatiestage (observeren en meedoen) 

Tijdens deze week blijft de student in de toegewezen stageklas om de werking te leren kennen voor een efficiënte stage in week 2. De focus ligt op het observeren van de klaswerking, met waar mogelijk participatie om zich in te werken en te integreren in de groep.  

Tijdens deze week verkent de student volgende aspecten op klasniveau (voor de klas waar hij tijdens week 2 zelf les zal geven): 

  • De kenmerken van de stageklas en weekplanning; 
  • De beginsituatie van de leerlingengroep; 
  • De specifieke pedagogische en didactische noden; 
  • De manier van lesgeven en klasorganisatie; 
  • Welke externe/bijzondere leerkrachten/ondersteuners er in de klas aanwezig zijn of taken opnemen doorheen de week. 

We stimuleren dat de student, steeds in overleg met de mentor, mee de handen uit de mouwen steekt om te helpen of te ondersteunen. 

 Week 2: actieve stage in co-teaching met de klasleerkracht 

Tijdens de tweede week die onmiddellijk volgt na de participatieweek, draait de student een week actief mee in de klaspraktijk en neemt hij zo veel mogelijk deel aan de onderwijsactiviteiten in co-teaching met de mentor. 

  • De student geeft/begeleidt per dag volledig zelfstandig twee activiteiten die anders door de klastitularis zouden worden opgenomen. Afhankelijk van de klaswerking kan dit ook een activiteit voor een deelgroep zijn. Voor deze activiteiten maakt de student een lesvoorbereiding die vooraf met de mentor gedeeld wordt ter afstemming/goedkeuring. 
  • Op de overige momenten ondersteunt de student de mentor actief als co-teacher, bijvoorbeeld door een deelgroep te begeleiden, leerlingen individueel te ondersteunen en mee te helpen bij klas- en zorggerelateerde taken (in afstemming met de mentor). 
  • Als bijzondere leerkrachten lesgeven aan de klasgroep, ondersteunt de student op aanwijzing van die leerkracht. 
  • Als de klasmentor andere klasgebonden taken opneemt (zoals zorgoverleg) neemt de student minstens één keer daaraan deel i.p.v. bij de klasgroep te blijven.  

 We willen dat studenten een realistisch en breed beeld krijgen van het takenpakket van een leerkracht in het buitengewoon onderwijs. Daarom waarderen we het als de klasmentor de student actief betrekt in de dagelijkse werking.